Liefde is niet voor hem weggelegd
'Taxi', wilde hij schreeuwen, maar bedacht zich nog net op het laatste moment. Het was vijf uur in de ochtend, 's zondags. Niet iedereen hoefde te weten hoe bezopen hij was. Hij strui-kelde de stoep af en ging voor de witte mercedes staan. De wagen moest flink remmen, maar Johan bleef staan. De chauf¬feur lachte. 'Gelukkig', dacht Johan. 'Waar moet je heen?', vroeg de man. 'Naar het hotel bij het station. Ik weet niet hoe het heet', antwoordde Johan terwijl hij zijn dikke tong probeerde te verhullen. De chauf¬feur lachte nog steeds. 'Stap maar in', zei hij, 'het is duidelijk dat jij al teveel hebt gedaan deze nacht'.
Vijf minuten later stopten ze voor het hotel. Johan reali¬seer-de zich dat hij rondjes moest hebben gelopen, het was om de hoek. Hij rekende af en de chauffeur wenste hem veel sterk¬te. Daar was de auto, zijn auto. Hij zou gaan rijden, zo goed kende hij zichzelf wel. Maar eerst even rusten. In één keer kreeg hij de deur open en stapte in. Hij draaide de stoel omlaag en schurk¬te zich er gemakkelijk in. Eindelijk! Zijn voeten deden zeer, zijn kop knalde uit elkaar, maar hij zat. Hij dacht na over wat er die afgelopen uren allemaal was gebeurd.